Goede voornemens

Gelukkig nieuwjaar
Blijkbaar is januari geschikt voor het hebben van goede voornemens, en – als je serieus bent – er wat mee te doen. Sportscholen en Weight Watchers doen fantastische aanbiedingen, middeltjes om te stoppen met roken en afvallen kun je met korting uitproberen. Ikzelf begrijp dat nooit zo, het begin van het jaar zijn gevoelsmatig natuurlijk 365 ‘schone’ dagen voor de boeg, een nieuw begin. Maar kun je niet iedere dag opnieuw beginnen? Verandering begint volgens mij bij bewustwording, en niet omdat op 1 januari toevallig een nieuw jaar begint. Zo, dat is eruit!

Het boek van Allen
Allen Carr, schrijver van het boek over stoppen met roken, gaat hier eigenlijk over. Iedereen weet dat roken ongezond is, geen enkel voordeel oplevert en dat het veel geld kost. Eigenlijk schrijft Allen een boek vol met alles wat we al weten. Soms wat prekerig en erg Amerikaans – geeft hij, hoe dan ook, wèl een boodschap!   Maar waar blijft die trigger, die verandering in ‘mindset’, het signaal om de knop om te draaien? Wanneer is valt het, zelf te kiezen, goede moment om te stoppen? Is het boek zelf bedoeld als trigger of ligt bewustwording geheel bij jezelf? Naar mijn idee moet je openstaan voor signalen om ze te kunnen ervaren en vervolgens de moed hebben om er wat mee te doen. Dat is nogal wat.

Toen ik het boek had gelezen dacht ik: ‘Allen, je hebt helemaal gelijk, en je vertelt me niets nieuws – zelfs niet dat de behoefte aan roken grotendeels tussen de oren zit’. Maar hij zette wel iets in werking…

Het kuchje van de dominee
Mijn vader was jaren lang een verstokt roker: twee pakjes Peter Stuyvesant Rood per dag. Dag in dag uit, jaar in jaar uit. Stoppogingen mislukten (Allen Carr had zijn boek nog niet geschreven…). Voor mijn vader was de bewustwording een feit, door een opmerking die iemand plaatste. Vanwege zijn werk deed hij huisbezoeken en toen hij ergens aan wilde bellen, zag hij dat de voordeur al openstond. ‘Zagen jullie me al aankomen?’, vroeg hij. Het antwoord was nee, ze hóórden hem al aankomen: ‘dat is het hoestje van de dominee’. Op die dag heeft mijn vader geen sigaret meer aangeraakt, en dat de rest van zijn leven ook niet meer gedaan. Mijn moeder – zij rookte minder, maar toch ook stevig – is vanzelf daarna ook gestopt met roken. Het ‘gezelschaps-element’ was verdwenen.

Postpaard
Hijgend als een postpaard stond ik in de trein naar den Haag, die ik strompelend was binnengevallen. Om hem te halen was ik de trappen naar het perron opgerend. Wat een klus! Het idee begon te ontwaken om eens wat meer aan mijn gezondheid te doen.

Druppel die de emmer deed overlopen was dat ik tijdens een wandeling op zoek ging naar een rokertje en tijdens het graven in mijn tas mijn autosleutels verloor. Door een wonderbaarlijke samenloop van omstandigheden vond ik ze uren later in het stikdonker weer terug. Niet mijn rommeligheid, mijn overvolle kleine tasje, maar de sigaren kregen de schuld. Die avond rookte ik ritueel mijn laatste en ging ik met kleine moeite mijn eerste week door. In week twee vatte ik griep. Zo zijn de eerste twee weken, volgens Allen Carr de moeilijkste, voorbij gevlogen. Hopelijk hoef ik geen blog te wijden aan een zwak moment…..

Liesbeth van der Bilt

 

EiEi

ei-5478Geïnspireerd door het voorjaar en de romantiek die is ontstaan tussen mijn parkietjes in de volière, heb ik besloten deze column te wijden aan eieren.

Als symbool van vruchtbaarheid – schepping en wedergeboorte – is het ei onverbrekelijk verbonden aan Pasen. Behalve dat is het ei een goede aanvulling op je voedingspatroon, m.n. als je geen vlees eet. Rijk aan vitamine B-12 (goed voor aanmaak van rode bloedcellen en het zenuwstelsel) en ijzer, natuurlijk eiwitten en kalk. Het eigeel schijnt trouwens rijk te zijn aan cholesterol, wat minder gunstig in relatie tot hart- en vaatziekten.

Lange tijd maakten vier pikzwarte Antwerpse baardkrieltjes deel uit van ons huishouden. Er waren er vier, en ze waren genoemd naar de dames van het koningshuis. Ze hadden allemaal hun eigen karaktertje. De hoofdkip heette vanzelfsprekend Beatrix, toen nog aan het roer van het Koningshuis. Ook onze Bea had de onbetwistbare leiding. Zij bewaakte de eieren met zoveel vuur dat wij een tuinhandschoen moesten gebruiken om ze onder haar gat vandaan te halen. Zij bemoeide zich waarschijnlijk ook met de eieren van haar collega’s. We hadden verder nog Maxima, Mabeltje en Laurentien. Mabeltje was een echte netwerkster: zij ging er regelmatig op uit om de buurt te verkennen. Het kleinste gaatje in de ren was voor haar het teken om op de koffie te gaan bij de buren.

Eigenlijk zijn Antwerpse Baardkrieltjes sierkippen en geen legkippen, maar algauw namen wij in plaats van bloemen een doosje verse eieren mee op visite. Iedereen vond het fantastisch! Bij recepten moest ik altijd vermenigvuldigen met 2, want krielkipjes leggen ook krieleitjes.

De dames begonnen – zoals alle vogels – in het voorjaar met hun activiteiten en bouwden die eind september af. Zo kwam het dat wij alleen in de koude seizoenen nog eieren kochten in de supermarkt. Op een gure wintermiddag stond ik voor het schap van de supermarkt: mais-eieren, meergranen-eieren, vrije-uitloop- eieren. En allemaal helemaal biologisch! Biologisch wil zeggen: ‘volgens de natuur tot stand gekomen of geproduceerd’. Biologische productie betekent dat hierbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met milieu, dier en mens (bron: voedingscentrum).

Een oudere dame stond naast mij en zei: ‘tsja wat moet je nou kiezen, wat is nou het beste? Ze zijn allemaal biologisch verantwoord’. En, sorry, ik kon het niet laten. Ik vertelde haar dat er in het hele schap helemaal geen ei te vinden was dat op een natuurlijke manier was gelegd. In de winter leggen vogels toch helemaal geen eieren? Ze keek me verbaasd aan en bekende mij dat ze er zo nog nooit tegenaan gekeken had. Ik vertelde haar dat ik kippen had en uitsluitend in de koude seizoenen eieren kocht. De ‘commerciële’ kippen worden door het kunstmatig in stand houden van het legseizoen in de maling genomen en leggen dus ook in de koude seizoenen door. Als mens zou je van de leg raken, zo’n rustperiode is er toch niet voor niets? Om mijn betoog kracht bij te zetten zei ik:’in mei leggen alle vogels een ei’ en voelde mij meteen schuldig over mijn gepreek. Ik doe toch zelf net zo hard mee aan onnatuurlijke productie? Maar zoals jullie al weten (en de dame in de supermarkt nu ook): ik ben niet Roomser dan de Paus. Gelukkig maar!

 

Liesbeth

Meer voor mannen?

Dit voorjaar staan er twee leuke activiteiten op het programma bij Eten met de Buurt. We gaan bierbrouwen en worstmaken! Om alvast te kunnen proeven wat het gaat worden is Henk al druk in de weer geweest met zijn thuisbrouwerij. Het bier staat nu op fles na te gisten. Begin april organiseren wij een proefmiddag waarbij je kunt proeven wat je gaat maken in de workshops die later zullen worden georganiseerd. We gaan – geheel in de sfeer – ook darten! Afgelopen weekeind was ik bij Henk, die mij de kneepjes van h et brouwersvak alvast heeft laten zien. Het is scheikundeles, maar dan stukken leuker en met een positief resultaat. Voor mij ook weer eens wat anders, want de exacte vakken waren niet aan mij besteed.

Veel brouwerijen geven rondleidingen waarbij je veel leert over het brouwproces en die doorgaans in de brouwerswinkel eindigen. Hier koop je eigenlijk meer dan je lief is, maar ach, je bent geïnspireerd en het komt toch wel op. Tuurlijk is dat leuk, maar zelfgemaakte dingen smaken toch altijd nog net iets specialer. Of dat nou zelfgekweekte groenten betreft, zelf gedraaide worst, of een godendrank. Zelf maken is leuk, dankbaar werk en vaak milieuvriendelijk. Misschien dat daarom de volkstuinen en het stadstuinieren zo’n hype zijn vandaag de dag. Veel mensen willen weer meer betrokken zijn bij wat ze eten en drinken, en worden gelukkig kritischer waar het gaat om duurzame productie. De markt speelt daar flink op in: Rotterzwam biedt pakketten aan om zelf oesterzwammen te kweken op koffiedik, de volkstuinen kennen wachtlijsten, in Rotterdam zijn er organisaties als Úit Eigen Stad om zelfkweek te stimuleren. Je kunt allerlei kweeksets krijgen voor kruiden en groenten, waar tuincentra vrolijk mee zwendelen. Ooit eraan gedacht dat lege eierdozen heel geschikt zijn als kiembakjes en doormidden geknipte kleurloze pet-flessen prima minikasjes zijn? Benodigdheden voor je thuisbrouwerij zijn te koop via internet, van pannen tot ingrediënten. En thuis bierbrouwen gaat heel best in je eigen keuken heb ik gezien!

Bier, worst, darten? Meer voor mannen wordt de titel van dit stukje, dacht ik, naar de slogan van RTL7. Blijkbaar vindt de redactie van deze zender de shit die zij over de kijkers uitstorten niet geschikt voor tere vrouwenzieltjes. Meer voor mannen? Forget it! Bierbrouwen en zelf worstmaken is voor iedereen leuk om te doen, veel leuker dan RTL7 kijken. En levert nog wat lekkers op ook. En wat is er leuker dan na een workshop iets mee naar huis te kunnen nemen?

Hou facebook, de website en onze nieuwsbrief in de gaten voor informatie. Begin april is de proeverij, verdere info volgt nog.

Liesbeth

Arisme

vis eten Onze gezellige vaste woensdagavond-maaltijd krijgt een iets andere opzet. Henk, keukenprins en vegetarisch kok, zal ééns per maand een volledig vegetarische maaltijd koken, en er komt een keuzemenu met vlees, vis of vegetarisch. Daar worden we blij van! Henk toont aan dat vegetarisch eten absoluut niet saai hoeft te zijn en heel veel meer is dan noten knagen.Hij heeft zijn sporen verdiend bij het Lachende Varken. Het restaurant heeft helaas de deuren moeten sluiten, maar gelukkig kunnen wij nog steeds genieten van zijn kookkunsten! Ikzelf eet geen vlees, maar dat maakt mij nog geen vegetariër. Ik eet namelijk wel vis, en daar zit hem de kneep. In de vijftiger en zestig jaren was verzuiling een begrip. Je wist waar je bij hoorde en als je het niet wist, dan wist een ander het wel. Soms blijkt Nederland nog steeds dol op hokjesplaatserij, zeker waar het om ‘arisme’gaat. Als niet-echte vegetariër loop je ook in 2016 bekant het risico van een identiteitscrisis. Mijn vader, jurist in hart en nieren, drukte mij een aantal jaren geleden met de neus op de feiten. Ik zei hem dat ik vegetariër was, maar wel vis at. Hij antwoordde kort en bondig dat ik dan ook geen vegetariër was, en ja – hij had een punt. Maar wat was ik dan wel, behalve inconsequent?

Lieve lezers, ik weet het: ook het eten van vis is discutabel, want ten behoeve van mijn bordje wordt nog altijd een dier geofferd. Visvangst is alles behalve milieuvriendelijk, vervuiling van de zee is terug te vinden in de vis die we eten en overbevissing bedreigt soorten. Onlangs was het sombere nieuws op TV en in de krant: over een aantal decennia vinden we meer plastic dan vis in onze zeeën! Wat betreft vegetarisme is het vlees zwak bij mij: ik ben dol op vis en zou het niet kunnen en willen missen. Ik sus mijn bezwaarde geweten met het idee dat vissen in ieder geval een leuker leven hebben gehad dat plofkippen en kistkalveren en alleen daarom al gezonder is. Bij veel mensen bestaat verwarring over wat vegetarisme nou precies is, wat veganisten doen en laten en hoe het zit met dierlijke producten als melk en eieren. En dan maak ik het mijzelf nog lastiger door wel vis te eten maar geen vlees. Ik ging maar eens op onderzoek uit om te kijken welke vormen van ‘arisme’ er nou eigenlijk bestaan en kwam op de volgende vormen: Eet een vegetariër helemaal geen dieren, dus ook geen vis, maar nog wel eieren en melk produkten, dan valt deze onder de groep van lacto-ovo vegetariërs. Ovo is Latijn voor ei, en lacto vindt je terug in lactose, de Latijnse benaming voor melksuiker. Total-vegetariërs laten al het eten en drinken staan waar een dier aan te pas is gekomen. Boter, kaas en eieren is voor hen geen spelletje maar net als vlees en vis een serieuze zaak. Hoewel de groep van total-vegetariërs vaak wordt verward met veganisme, zit er tussen deze levenswijzen wel degelijk verschil. Een veganist gebruikt geen enkel dierlijk produkt. Behalve dat zij total-vegetarisch eten, zullen zij bijvoorbeeld ook nooit wol, bont, zijde of leer dragen. In tegenstelling wat veel mensen denken, is vlees eten in de macrobiotiek wel toegestaan.

En wat ben ik dan eigenlijk, met mijn vrije interpretatie van de regels? Ik ben pescotariër of sjiek gezegd: pescanist. Het woord is afkomstig van het Latijnse pesce: vis. Ohnee, ik ben een lacto-ovo-pescetariër, nog sjieker ! Ik eet namelijk ook kaas en eieren, zij het om gezondheidsredenen beperkt. Gelukkig! Ook op mij past een etiket!

Liesbeth

 

 

Weggooicultuur

kerstboom-7845Een tante van mij bewaarde de papieren zakjes die ze in winkels kreeg in een keukenla. Voor hergebruik. Plastic zakjes van bakker en slager spoelde zij uit en hing zij aan de waslijn te drogen. Er was al genoeg afval, was haar mening. Mijn tante was een niet-alledaagse persoonlijkheid en haar bijdrage aan duurzaamheid zagen veel mensen als een deel van haar excentrieke gedrag. Maar mijn tante was haar tijd ver vooruit. Lang voordat het woord ‘duurzaam’ was uitgevonden, was zij al in actie om verspilling een halt toe te roepen. Mijn tante zocht naar creatieve oplossingen om de afvalberg binnen de perken te houden. Per 1 januari wordt het vrijelijk weggeven van plastic tasjes in winkels gestopt en zullen we ervoor moeten betalen. Goede ontwikkeling, maar jammer voor mij, want indachtig mijn tante kregen ze bij mij een tweede leven als pedaalemmerzakjes. Het bevorderen van duurzaamheid is vaak creatief denken, wat kan leiden tot verrassend simpele oplossingen.

Ik vind het zelf altijd zonde om mijn kerstboom zo bij de vuilnis te zetten, als hij nog gewoon goed is. Dat is vaak het geval want ik ben altijd heel laat met het kopen van een kerstboom. Ik gebruik ze dan na de kerst als vogelvoerboom. De boom parkeer ik buiten, de versiering verruil ik voor pindaslingers en vetbollen en zo is de boom nog tot het voorjaar een feest voor de vogeltjes. Ik hoorde dat olifanten dol zijn op kerstbomen, en dierentuinen graag de kerstbomen krijgen als lekkernij voor deze dikhuiden. Wie heeft het ooit verzonnen om een kerstboom aan een olifant te voeren? Dat moet een creatieve denker zijn geweest! Het toppunt van kerstbomen-verspilling las ik in de NRC. Hierin staan columns onder de naam ‘Ik’, waarin lezers van de krant opvallende gebeurtenissen beschrijven. Ik lees ze altijd graag: ze zijn vaak leuk en letterlijk uit het leven gegrepen. Afgelopen kerst stond er eentje in onder de titel ‘kerstbomen’. Een schrijfster vertelde dat op verzoek van de verkoper van kerstbomen vlak voor kerstmis een vuilniswagen langskwam, om het restant op te halen. Dat ging om zo’n vijftig bomen, allemaal nog prima, maar niet verkocht. De verkoper zag geen gelegenheid een boedelbak te gebruiken om de bomen bij de voedselbank af te leveren. Ook de gemeente kon geen oplossing bieden voor deze megaverspilling. Een beetje kerstboom kost tussen de vijftig en negentig Euro. Dat zijn bedragen waarvan sommigen in de schuldsanering bijna een maand moeten leven. Gezien de voedselbank de enige groeiende bank in Nederland is, zullen veel mensen zich een kerstboom niet kunnen permitteren.

Hoe is het mogelijk dat hier nog geen oplossing voor geboden wordt? Zou het zo lastig zijn om gemeente en voedselbanken te laten samenwerken om er voor te zorgen dat het in 2016 voor iedereen kerst kan zijn? Waarom worden er geen ‘rest-kerstbomen’ geleverd aan bejaardencentra, die door de bezuinigingen in de zorg moeten beknibbelen op pretjes? Aan kindertehuizen, blijf-van-mijn-lijf huizen, vluchtelingencentra? Waarom geen tijdelijke kerstbomenbank met gebruik van dezelfde regelgeving als voor kleding- en voedselbanken? Daarna kunnen ze altijd nog dienstdoen als vogeltjesvoerboom, of als snack voor olifanten!

Vanzelfsprekend heeft zoiets voorbereiding nodig en is een dergelijke actie niet op stel en sprong geregeld. Denk aan opslag, veiligheid, inzet van vrijwilligers bij het uitdelen, vervoer, vergunningen, communicatie/PR….. Gelukkig hebben we nu alle tijd om te kijken of olifanteetkerstboomwe hiervoor een oplossing kunnen vinden. Creatief denken is volgens mij de sleutel voor het zoeken naar antwoorden. Mijn tante waste plastic zakjes af en men vond dit ‘raar’. Maar ze had wel een punt. Misschien was de eerste keer een kerstboom voeren aan een olifant ook wel ‘raar’. Het bleek een goede oplossing voor afgedankte kerstbomen! Raar kan ook een goede oplossing betekenen. Dus is een jaarlijkse kerstbomenbank echt zo’n raar idee?

Liesbeth

Floppie

IN KORT BESTEK     December 2015

Floppie

Hij is weer op de televisie. De reclame van een webwinkel waar je alles kunt krijgen voor de kerst. Voor de verschrikte ogen van een schattig konijntje wordt de tafel gedekt. In de keuken slijpt de moeder een groot vleesmes. Gelukkig loopt het voor dit konijntje goed af. De webwinkel levert blijkbaar ook konijnenvilla’s en dat is het kerstcadeau voor het lieve beestje.
Wij aten vroeger thuis altijd kalkoen met kerst, nooit konijn of ander wild. We waren met een groot gezin en aanhang, dus mijn moeder bestelde ieder jaar het grootste exemplaar dat ze kon krijgen. Vlak voor kerstmis ging zij met mijn vader per auto naar de poelier om de loodzware kalkoen op te halen. Mijn moeder was een voortreffelijke kokkin en besteedde aan het kerstmaal veel aandacht. Zij vulde de kalkoen op traditionele wijze met kastanjes en naaide hem dicht met keurige steekjes. De opmerking dat we konden zien dat zij op een operatiekamer had gewerkt was met kerst een al even traditionele grap.

Toen ik een stuiterende puber was leken alle kerstdiners op elkaar en duurden ze vooral veel te lang. En, eerlijk gezegd, ik hield helemaal niet van kalkoen. Onwrikbare tradities zijn voor veel pubers voornamelijk saai en ze konden destijds ook voor mijn part afgeschaft worden.
Tijdens één kerstdiner kwam mijn stille wens onverwacht in vervulling. De kalkoen lag op zijn zilveren schaal, en mijn moeder begon het vlees in dunne plakken te snijden. Een weeïg  zoete geur vulde de kamer. Het beest bleek niet goed diepgevroren te zijn geweest en was in de oven door de warmte aan de binnenkant gaan bederven. Ik had met mijn moeder te doen, ze was de hele dag in de keuken in de weer geweest. En, naar nu bleek, voor niets. En waar laat je zo’n groot en bedorven beest in vredesnaam?
Mijn broers hebben de kalkoen in de tuin gezet en de volgende dag begraven. Zelfs de hongerige, half verwilderde, katten die bij ons in de buurt rondzwierven piekerden er niet over om een hap te nemen.

Die gedenkwaardige kerstmaaltijd bakten we omfloppieeletten met spek, kruiden en kaas. Hoe ellendig ik het ook voor mij moeder vond, voor mij werd het één van de verrassendste, leukste en lekkerste kerstdiners die ik mij kon herinneren.

En terwijl ik dit schrijf schaam ik mij een beetje over mijn voorrecht, want hoeveel overvloed moet een mens hebben om blij te zijn met minder?Misschien een mooie overdenking voor kerstmis….

Liesbeth